terug

Schotse Hooglanders zijn imposant en aandoenlijk tegelijk met hun roodbruine kwajongensachtige haren voor de ogen.

De Schotse Hooglander is één van de oudste rassen van Groot Brittannië.
Van oorsprong waren de meeste dieren zwart, maar via koninklijk decreet van koningin Victoria,
zij had een voorkeur voor de rode vacht, werd actief geselecteerd op de rode dieren.
Naast roodbruine exemplaren komen ook zwarte, blonde, 'roan' (bruin/zwart gestreept) en soms ook witte exemplaren voor.
Een volwassen stier weegt 800 kilo en een koe 500 kilo.
De schofthoogte is respectievelijk 125 en 115 cm.
Koeien hebben wijd uitstaande, naar boven gerichte horens, terwijl die van de stieren horizontaal naar voren staan.
Schotse hooglanders kunnen tot achttien jaar oud worden.
In die tijd kan een koe ongeveer vijftien kalveren ter wereld brengen.
De draagtijd is ongeveer tien maanden.

schotse-hooglander-met-kalf
Een Schotse Hooglangder krijgt haar eerste kalfje als ze ongeveer 24 maanden oud is.
De draagtijd van een kalfje is ongeveer 9 maanden en tien dagen.
Maar een koe kan de bevalling wel een maand uitstellen als haar de omstandigheden niet aanstaan.
Ze kan in haar leven wel 15 kalveren te wereld brengen.
Bij de geboorte van het kalf heeft de koe eigenlijk nooit hulp van mensen nodig.
Dat komt omdat het kalfje vrij klein en licht geboren wordt.
Een kalf weegt bij de geboorte ongeveer 25 kg.
De Schotse Hooglanders kennen geen specifieke paartijd, de koeien kunnen het hele jaar door vruchtbaar worden.
Er worden dan ook het hele jaar door kalveren geboren.
Wel is er een duidelijke geboortepiek in het voorjaar en in de zomer.
De koeien hebben een sterk moederinstinct en beschermen de kalveren in de eerste paar weken tegen gevaar.
Het is daarom van belang om een veilige afstand te bewaren van de moeder met haar kalf.
 
De Schotse hooglander wist als oud primitief ras als enige te overleven in de ruige Highlands van Schotland.
Hierdoor ontstonden eigenschappen perfect voor het zelfstandig overleven in de vrije natuur,
zoals het hebben van een goede wintervacht en het pas op latere leeftijd geslachtsrijp zijn.
Door zijn rustige karakter is het ras uitermate geschikt voor het begrazen van drukker bezochte stadse natuurgebieden.
Toch heeft het ras ook nadelen.
Niet alleen heeft hij een dikke winterjas, ook ’s zomers houdt hij een dikke vacht over.
Dit zorgt ervoor dat de dieren het snel warm hebben en graag in het water gaan staan afkoelen.
Geen probleem in het rivierengebied, maar in de bovenloop van beeksystemen kan dit tot vermesting van poelen en beken leiden.

De Schotse Hooglander is misschien wel de bekendste verschijning in de Nederlandse natuur.
Dit rood-bruine runderras is uitermate zelfredzaam en gemoedelijk en wordt daarom in vele natuurgebieden in Nederland ingezet;
van grote gebieden van enkele duizenden hectaren als het Lauwersmeer en de Veluwe Zoom,
tot kleine maar waardevolle gebiedjes van slechts enkele hectare zoals het Groote Zand en het Hijkerveld 900 hectare.

Al met al lijkt de Schotse Hooglander niet meer weg te denken uit de Nederlandse natuur.
Ze hebben weinig zorg nodig en zijn zelden agressief,
maar bij een onverwachte confrontatie wordt terughoudend gedrag aanbevolen.
Als ruim afstand wordt gehouden zullen de dieren in de regel niet verontrust raken door menselijke aanwezigheid.
Hooglanders voeden zich ook met planten die veel andere rundersoorten links laten liggen